Ga naar de hoofdinhoud.
Sena Magazine
Column

Wie kan muzikant worden, en wie kan het blijven?

6 min leestijd

In zijn nieuwe column vraagt Eric Jan Loon zich af of het feit dat het gros van de muzikanten niet genoeg verdient om muzikant te kunnen zijn en blijven nu echt een maatschappelijk probleem is.

Door: Eric Jan Loon
Foto's: Jeroen Zondag
Geplaatst: 28 juli 2026

Er is recentelijk veel gepubliceerd over de maatschappelijke positie van muzikanten. Dit varieerde van een analyse van het dalende bezoek aan de poppodia in Nederland tot oproepen van de Kunstenbond om te investeren in de popsector.

De discussies zijn niet nieuw. En het lijkt mij eigenlijk een discussie ‘zo oud als de weg naar Rome’. Kern van het verhaal: het gros van de muzikanten verdient niet genoeg om muzikant te kunnen zijn, en het te kunnen blijven. In een artikel over de start van het Fair Pop Fonds is aangegeven dat artiesten die jaarlijks ongeveer tachtig optredens spelen gemiddeld slechts ongeveer 8.000 euro overhouden. Dat komt dus neer op 100 euro per optreden. Waarvoor waarschijnlijk is gereisd, met apparatuur, een soundcheck nodig was, meer dan een uur opgetreden, ingepakt en ‘s avonds of ‘s nachts naar huis gereden.

Dat kan niet uit. Vandaar dat er inmiddels nadrukkelijker voor ‘fair pay’, een eerlijke(r?) gage wordt gepleit. Sena hanteert al langer een hogere norm, maar die blijkt dus nog steeds geen gemeengoed te zijn. En dan kom je al snel bij de conclusie dat niet iedereen muzikant kan blijven.

Ik vraag me alleen af of dit nu echt een maatschappelijk probleem is. Ja, kunst in al zijn verschijningsvormen is nodig in een gezonde maatschappij. Maar nee, dat kan niet voor iedereen gebaseerd zijn op aanvullingen op het inkomen, omdat die artiest zelf niet genoeg inkomsten genereert.

Wie muzikaal talent heeft, de inspanningen levert en heeft geleverd om dit talent te ontwikkelen, kan muzikant worden. Er zullen heel veel van zulke goed ontwikkelde talenten zijn. Waarom worden en blijven deze talenten dan niet allemaal muzikant? Het doet mij denken aan al die kleine jongetjes op zaterdagmorgen bij de voetbalclub. “Later word ik profvoetballer!”

Muzikant worden en muzikant kunnen blijven is gewoon niet iedereen gegeven. Dat moeten we accepteren. We kunnen wel proberen om de talenten die er echt keihard ‘alles’ aan doen, te helpen. En ik heb de indruk dat die hulp toeneemt. Subsidies vanuit de overheid, vanuit de CBO’s met Sena voorop, en vanuit private fondsen. Ik heb het woord ‘alles’ tussen aanhalingstekens gezet, want dat is voor elke artiest een steeds meer omvattend geheel. Zichtbaar blijven, directe verbinding met je fans, en vaker nieuw werk uitvoeren of uitgeven. Het is niet zo dat vroeger alles beter was, maar het was toen wel een stuk minder belastend.

Het blijft dus vechten. Vechten om aandacht, om (h)erkenning, en om geld. Of het nu een hogere vergoeding is voor een optreden, of een subsidie op een voorgenomen opname. Fair pay is het streven, en in dat kader is het eerder aangehaalde Fair Pop Fonds gestart.

Dit fonds moet noodzakelijkerwijs bescheiden starten, met een te verdelen bedrag van 525.000 euro. Voor de juiste armslag denken ze eigenlijk 11 miljoen euro nodig te hebben. Dat zal wel nooit het geval gaan zijn, maar voor de 475 artiesten die uit het nu beschikbare budget betaald kunnen worden, is het wel weer een mooi steuntje in de rug.

Laten we vooral blijven streven naar dergelijke steun om in elk geval het aantal muzikanten dat muzikant kan blijven, te vergroten. En Sena draagt hier ook aan bij met het eigen Muziekproductiefonds.

Deel dit artikel


Meer interessante artikelen