Sven Figee legt zijn ballen op het hakblok
9 min leestijd
Als muzikant moet je volgens toetsenist Sven Figee (1975) zo min mogelijk naar anderen kijken. “Je moet doen waar je hart sneller van gaat kloppen, hoe eng dat ook is.”
“Als we nou eens de filmmuziek van The Piano gaan doen en Amsterdam Sinfonietta erbij vragen”, zei Sven Figee met zijn kenmerkende enthousiasme tijdens een redactievergadering van Podium Klassiek. “Iedereen vond het een goed idee en ik dacht: te gek. Vervolgens probeer ik thuis dat stuk te spelen en merk hoe fucking moeilijk het is. Meteen sloegen de zenuwen toe. Zou dat wel lukken live op televisie?”
In zijn woning in hartje Rotterdam - waar kat Løki nieuwsgierig over tafel loopt en teckel Otto hem steeds probeert te verleiden een knuffel door de kamer te gooien - vertelt Sven hoe hij zichzelf constant in posities zet, waar hij volledig door zijn eigen onzekerheid heen moet beuken. “Het enige wat ik dan kan doen, is eindeloos studeren. En dan hopen dat het er vlak voor de uitzending goed genoeg inzit.”
Stress
Dat hij jarenlang ervaring heeft met optreden (onder meer met zijn bands Sven Hammond en The Sven Hammond Big Band) en als bandleider bij het televisieprogramma Matthijs Gaat Door tussen 2021 en 2023, en ergens weet dat het eigenlijk altijd goedkomt, helpt dan niets. “Wat doe ik mezelf toch aan, denk ik regelmatig vlak nadat ik zoiets toezeg. En: ‘Ja Sven, jij wilde dit zo graag. Jij vond het helemaal leuk’. Dat is het ook hoor, maar er zijn altijd periodes waarin ik snak naar een gewone baan. Koffie serveren hier om de hoek bijvoorbeeld, dan worden mensen ook ontzettend blij van je werk. En dan heb je misschien niet die tandontstekingen en dat je door je rug gaat van de stress. Want die stress, oh God, dat is soms echt heftig.” Hij grijnst even. “En toch doe ik het elke keer weer.”
Zonder terughoudendheid blijft hij duiken in nieuwe avonturen, zoals het maken van de soundtrack voor de documentaire en 4-delige tv-serie De Wilde Noordzee. De film draait momenteel in de bioscoop, de serie komt in 2025 op televisie. “Het is toch geweldig als je voor zo’n natuurfilm muziek mag maken? Daar ga ik dan helemaal voor, ook al had ik het nog nooit gedaan.”
Hij vindt de onderwaterwereld fascinerend en duikt in het buitenland graag, op zoek naar mooie vissen of wrakken. Na het zien van de eerste beelden maakt hij vijf mappen met de titels kwetsbaarheid (nieuw leven), schoonheid (bijzondere onderwaterwerelden), drama en kracht (stormen), humor (krabbetjes op het strand) en hoop (zalmen die terugkeren naar Denemarken). “Ik wilde veel met synthesizers werken en de gave space sounds die je daaruit kunt halen. Vervolgens ben ik vrij gaan spelen in mijn studio en werk in mappen gaan stoppen. Een heerlijk proces.”
Al langer zoekt Sven een Minimoog; een synthesizer waar je unieke geluiden uit kunt trekken. “Ik had op Marktplaats een zoekopdracht staan, maar die dingen zijn bijna niet te vinden. Wel zag ik een Jupiter 6 van Roland voorbijkomen. Dat is het kleinere broertje van de Jupiter 8, het vlaggenschip uit de jaren tachtig van Roland. Daar zou ik ook veel vette geluiden uit kunnen halen.”
Met de verkoper komt Sven een prijs overeen met drie nullen – even slikken – en hij vertrekt naar het opgegeven adres, in een buitenwijk van Rotterdam. “Kom ik bij die gozer, blijkt het de broer van pianist Rembrandt Frerichs, heel grappig. Terwijl we samen kletsen, zie ik opeens bij een televisiemeubel in de hoek een Minimoog staan! Dus ik zeg: ‘Zie ik daar nou een Minimoog?’ Zegt hij: ‘Oh ja, die moet ik nog even op Marktplaats zetten’. Lang verhaal kort: uiteindelijk loop ik met twee apparaten de deur uit en is de helft van mijn budget voor de film meteen op. Terwijl ik nog allemaal muzikanten moest gaan inhuren.”
Weer die grote grijns. “Weet je wat het is? Bij dat soort dingen moet je er voor de volle honderd procent ingaan. Met deze synthesizers kon ik iets heel vets maken, ook al zou ik daardoor zelf minder geld verdienen. In de Jupiter zitten zulke geweldige geluiden en die Minimoog geeft echt laagte en diepte aan een aantal tracks. In de eerste scène van De Wilde Noordzee zie je blauwe oplichtende algen en speel ik een paar klanken op die Minimoog. Zo’n geluid haal je niet uit een plug-in. Dit voel je van je buik tot je kuiten, dat is zo’n kick.”
Blijven dromen
Terwijl Sven even dromerig wegkijkt, begint Otto te piepen met de knuffel in zijn bek. “Moeten we hem gooien? Ja, we moeten hem gooien. Los!” Als Otto erachteraan rent, vertelt hij hoe zijn dromen op het conservatorium jaren geleden nog minimaal waren. “Ik wilde altijd met muziek bezig zijn en een concertzaal uitverkopen. En wist al meteen: daar kom je niet als je luistert naar het stemmetje wat je steeds vertelt dat alles al is gedaan.”
Het is een gedachte die hij vaker bewust moet wegdrukken. “Toen ik mijn eerste plaat met Sven Hammond Soul uitbracht, luisterde ik veel naar Hammond-spelers Jimmy Smith en Jimmy McGriff. Die gasten hebben al de vetste platen gemaakt die je maar kunt bedenken. Daar kom ik dan als kaaskop uit Holland met mijn orgeltje. Wat voeg ik toe? Als je dat stemmetje de overhand geeft, komt zo’n plaat er nooit. Dus ik ga daar tegenin. Fuck it, ik ga die plaat gewoon maken. Als mensen het leuk vinden, vinden ze het leuk. En zo niet, dan niet. De enige manier om je dromen te verwezenlijken is je ballen op het hakblok leggen.”
De felheid waarmee hij dat nu zegt, dankt hij aan een kantelpunt in zijn carrière in 1998. Op een avond speelt Sven in Muziekcentrum Enschede, als pianist van Anouk. “Het was totaal uitverkocht. Wij kwamen op als band en die zaal ging helemaal los. Op dat moment realiseerde ik me: dit heeft niets met mij te maken. Als de lokale bakker in mijn plaats het podium op zou lopen, zou er net zo hard geklapt worden. Daarop besloot ik: dit is leuk en lachen, maar niet wat ik wil. Ik moet mijn eigen pad volgen.” Hij zucht even. “Weet je, dit is een vak waarin je jezelf steeds opnieuw tegenkomt en waarbij je heel erg met je eigen tekortkomingen wordt geconfronteerd. Maar ik weet inmiddels wel dat ik mensen kan raken met mijn muziek. Mijn vader zei altijd: Sven, je moet authentiek zijn. Doe waar je hart sneller van gaat kloppen, hoe eng dat ook is. Dat is een wijze les die ik wil blijven volgen.”