Ga naar de hoofdinhoud.
Sena Magazine
Spotlight

“Ik geloof in de marathon, niet in de sprint”

7 min leestijd

Flemming (29) won in 2024 een Edison, begon in 2025 met een uitverkochte theatertournee die eindigde in Carré én staat later dit jaar met een soloshow in Ahoy. Vanzelf kwam dat succes niet. “In één keer ging ik van die jongen die al jaren aan het zingen was, naar de jongen met die hit.”

Door: Rianne van der Molen
Foto's: Kim de Hoop
Geplaatst: 21 augustus 2025

“Ik was niet stoer en de kinderen uit mijn klas vonden het helemaal niet gaaf dat ik in musicals speelde”, zegt Flemming Freddie Viguurs (1996) over zijn jonge zelf. Dat hij als 9-jarige het liefst de hele dag zingt en als Ciske de Rat op podia door heel Nederland staat, maakt hem verre van populair. “Ze scholden me vaak uit voor homo of ballerina. Vervelend natuurlijk, maar weet je wat? Ik vond musicals wel cool en verdiende per show ongeveer 75 euro, dat hadden zij niet. Die gedachte hielp.”

Hij zegt het nuchter, want weet nu: de jongens van toen kregen hem niet klein. “Ik kom uit een warm nest en ben nooit bang geweest om mijn eigen keuzes te maken.” Na Ciske volgen rollen in Joseph And The Amazing Technicolor Dreamcoat en Kruimeltje. “Optreden vond ik heerlijk, maar soms miste ik het spontane. Bij musical staat het script vast en is er geen ruimte voor improvisatie. Terwijl ik dat bij optredens nu juist zo lekker vind.”

Coverband

Op de middelbare school treft hij kinderen die meer op hem lijken. Met een paar vrienden richt Flemming in 2013 de coverband Baby Blue op. “Eerst speelden we in kroegen, op bruiloften en bedrijfsfeesten. Soms stond je in de hoek van een café op te treden voor 20 man, waar niemand luisterde. Daar heb ik zoveel van geleerd.”

Elke show geven ze alles, want ze weten: om door te breken heb je soms maar één iemand nodig. “Op een avond zag Rien ons spelen. Hij deed de programmering van een festival in Heeswijk-Dinther en zette ons in het voorprogramma van De Dijk. Vanaf dat moment kwamen we op steeds grotere plekken terecht.”

Met zijn vrienden van Baby Blue heeft hij de grootste lol, maar ze nemen hun carrière tegelijk serieus. “Of we nu op een festival of in een klein café stonden, we wilden iedereen meekrijgen. Mijn musicalervaring hielp daarbij. Daardoor wist ik dat je nooit met je rug naar het publiek toe moet staan, altijd een open houding moet hebben en dat je de hele show energiek moet blijven. Dan houd je de aandacht vast.”

Foto: Jesse Wensing

Volhouden

Dromend van een carrière met eigen liedjes start hij aan de Rockacademie in Tilburg. In de avonden is Flemming vaak in de kroegen van zijn geboorteplaats Den Bosch te vinden, waar ze hem allemaal kennen als die jongen die zo graag zijn eigen muziek wil maken en hoopt op succes. “Ik bleef erin geloven, ook al denk ik dat veel mensen van toen daaraan twijfelden. Want vanaf mijn 20ste vertelde ik aan iedereen dat ik wilde doorbreken met mijn eigen muziek en toch gebeurde dat heel lang niet. Tegen andere muzikanten die nu dezelfde wens hebben, zeg ik dan ook graag: houd vol en blijf erin geloven.”

In zijn tijd bij de Rockacademie schrijft hij vooral in het Engels, tot een gesprek met zijn moeder hem aan het denken zet. “Ze zei: waarom focussen op de wereld, als Nederland veroveren al zo moeilijk is?” Haar opmerking laat hem nadenken over de vraag waarom hij eigenlijk muziek maakt. “Ik realiseerde me dat ik als muzikant vooral gelukkig werd van mijn muziek delen met mensen. Met de hoop daar ooit van te kunnen leven. Daar draait het om.”

'Waarom focussen op de wereld, als Nederland veroveren al zo moeilijk is?'

Doorbraak

Dat inzicht komt begin 2020, als alle optredens van Baby Blue vanwege corona in één keer uit de agenda worden gehaald. Flemming besluit niet lang te treuren en gaat schrijven. “Onze taal bleek nog rijker dan ik dacht. Ik vond een enorme woordenschat waar ik verliefd op werd.” In de lockdowns maakt hij ongeveer zestig Nederlandstalige nummers, die hij naar platenmaatschappijen stuurt. De single Amsterdam – geschreven met Marcus Adema en Sander de Bie – wordt in september 2021 zijn grote doorbraak. “In één keer ging ik van die jongen die al jaren aan het zingen is, naar die jongen met die hit.”

Het verandert zijn leven compleet. Gewoon even naar de kroeg gaan, gaat niet meer. Overal wordt Flemming aangesproken en willen mensen met hem op de foto. “Na een tijdje heb ik me echt teruggetrokken”, zegt hij. Anoniem feesten met zijn vrienden is er niet meer bij. “Het voelde alsof ik opnieuw moest leren fietsen. Eerst vond ik het vooral ongemakkelijk, maar nu ben ik er makkelijker in geworden. Ik ben gewoon een gozer van 29 die geboren is in Den Bosch, dus ik moet met mijn vrienden kunnen lunchen. Al mijd ik laat op de avond de drukke plekken toch liever.”

Oops! We kunnen de video niet tonen i.v.m. je cookie voorkeur. Om de video te kunnen tonen moeten "Marketing" cookies geaccepteerd zijn in je cookie instellingen. Pas je voorkeur aan om de video toch te kunnen bekijken. Pas je cookie voorkeur aan
De videoclip bij Amsterdam

Doorstomen

Terwijl Amsterdam een succes is, weet Flemming dat dit zijn momentum is. Hij weet dat er meer nodig is om dit succes vol te houden. Dus laat hij zijn agenda helemaal volplannen en speelt in korte tijd 130 shows. Tot het niet meer gaat. Hij voelt zich opgebrand, waar hij later het nummer Onweer In Mijn Hoofd over schrijft. “Dat ik eindelijk het succes had waar ik altijd van droomde, bracht veel druk met zich mee. Want wat als het na Amsterdam opeens over was? Ik moest optreden en meer hits hebben.”

Die komen. Zij Wil Mij en vooral Automatisch toppen zelfs het succes. Tegelijk weet Flemming dat hij niet iedere minuut van de dag kan blijven volplannen. Dus trapt hij op de rem. “Vooral agenda-technisch. Ik moest echt een balans vinden tussen werken en rust nemen.” Nog steeds is dat soms ingewikkeld. “De meeste aanvragen die binnenkomen zijn heel leuk en tóch moet ik soms nee zeggen. Zodat er genoeg tijd overblijft om even gewoon Flemming te zijn met mijn vrienden en familie.”

Alleen dan kan hij die langdurige carrière waar hij zo lang van droomde, volhouden. Hij hoopt de komende veertig jaar te kunnen blijven spelen in theaters, op festivals en in muziekzalen. Ondertussen schrijvend aan nieuwe nummers, voor een plaat die bij voorkeur het succes van zijn debuutalbum Flemming (2022) en Twee Stappen Voor (2024) kan evenaren. En dan hopelijk af en toe een gigantische show, zoals nu gepland staat voor Ahoy. “Weet je wat het is? Ik geloof in de marathon, niet in de sprint. Dat is de droom. En het afgelopen jaar voelt weer als een extra hoofdstuk in de roman van mijn leven, waarvan ik het einde nog niet ken.”

Deel dit artikel


Meer interessante artikelen