“Herman Brood was een betere kunstenaar dan muzikant”
4 min leestijd
Hoe gaan wij in Nederland om met ons muzikaal erfgoed? Sena Magazine gaat op zoek naar plekken waar de nationale muziekhistorie wordt gekoesterd. In het Herman Brood Museum te Zwolle struinden wij door de wereld van ‘s lands enige echte rock-‘n-roll-icoon.
Acht jaar geleden verkocht Ivo de Lange zijn kunstuitleenbedrijf annex galerie IQ om zich over het erfgoed van zanger, pianist, dichter, junkie en kunstschilder Herman Brood te ontfermen. “Hij was van jongs af aan mijn vriend. Ik had zoveel van die gozer, dat ik dacht: ik begin hier maar een museum.”
De Lange (75) kende de drie jaar oudere Brood sinds zijn elfde. “Hij is bij mij om de hoek geboren. Tussen 1992 en 2000 kwam hij bij IQ maandelijks een weekje langs, om te schilderen en te donderjagen met mijn kinderen. Je kon goed met hem lachen. Hij schreef eenaktertjes en we droegen samen dingen voor, voor een vastgezette camera.” Soms zat hij alleen in de zaak. “Bezoekers zeiden: ik dacht dat Herman Brood hier was. Hadden ze een uur met hem staan praten. Ze herkenden hem niet omdat hij kaal was geworden en een muts droeg.”
Hoewel de nadruk in zowel het museum (boven) als de ‘experience’ (beneden) op de kunst ligt (‘Herman was een betere kunstenaar dan muzikant’, stelt de museumdirecteur gedecideerd) waart er de geest van rock-‘n-roll. Dat komt door de – op zijn Broods – lekker rommelige inrichting, maar ook door de vele associaties met muziek in zijn tekeningen en schilderijen. En door de wisseltentoonstellingen van verschillende rockfotografen, zoals huidig exposant Gerard Wessel die Broods muzikantenleven van zeer nabij vastlegde. Achter de inrichting zit geen echt plan. “Wat je ziet, zo is het. Gewoon een leuk museum om doorheen te struinen.”
Behalve uit eigen collectie putte De Lange uit aangeleverd materiaal door familie en fans van zijn jeugdvriend. “Die man heeft in elke boerenschuur opgetreden. En hij zat altijd te tekenen, duizenden tekeningen zijn verspreid.” Niet dat hij álles mooi vindt. “Nee, maar het was wel een heel leuke man. Daar doe ik het voor. Een man die precies deed wat hij wilde. Als hij geen zin had, had hij geen zin, klaar. Daar legde je je bij neer.”
Dwalend door de zalen komen we door Brood beschilderde objecten tegen als een botsauto, een tafelvoetbalspel en een Gazelle-fiets (in opdracht voor de tv-serie Ga toch fietsen!, Herman zelf vond het zonde). We bewonderen zijn favoriete stepfiets waarop hij zich door Amsterdam verplaatste en bekijken cartoons met onnavolgbare Brood-humor (overvaller: ‘Je geld of je leven’, slachtoffer: ‘Maar ik ken u helemaal niet’) en een compleet stripverhaal op 16 bierviltjes. Familiefoto’s uit zijn jeugdjaren, een poesiealbum van zus Elly met teksten van Herman en een elftalfoto van een jeugdteam van PEC. Niet dat hij een goede voetballer was, weet De Lange, “maar hij kon wel vreselijk hard lopen.”
Voorts stuiten we op boeken over Brood, gouden platen, ingelijste lp-hoezen, diverse schildersattributen en zelfs een gesigneerd vloerdeel uit zijn Amsterdamse atelier. Maar ook injectienaalden, hij gebruikte nog wel eens wat, en politiefoto’s uit zijn inbrekerstijd. Luguber, gezien zijn latere einde, is een tekening van een man die van een dak afspringt, met de tekst I believe I can fly.
In de winkel ligt de dvd die De Lange samenstelde met privébeelden uit Broods periode bij IQ. Ook verkrijgbaar, naast de vele zeefdrukken, is een fraai uitgevoerd gidsje van ‘de enige echte Herman Broodwandelroute’ door Zwolle. Op zondagen kun je hier Hans la Faille aantreffen, een andere Zwolse jeugdvriend van Brood, die drumde bij Cuby + Blizzards en bij Sweet d’Buster. ‘De beste Nederlandse band ooit’, aldus De Lange. Hun Still Believe werd in de coverversie van Brood een Top 40-hit.
Steeds meer jongeren weten het pand te vinden. De Lange ziet regelmatig leerlingen van het Centrum Beeldende Kunst binnenkomen alsook veel scholieren. Van de nog wel grotere hoeveelheid oudere bezoekers schijnen er heel wat Brood persoonlijk te hebben gekend. “Ik heb zeker al twintigduizend mensen binnen gehad die beweren dat ze bij Herman in de klas hebben gezeten. Daar zeg ik dan maar niks van.”
Info: www.hermanbroodmuseum.nl