Ga naar de hoofdinhoud.
Sena Magazine
Interview

Han Bennink wint Edison Oeuvreprijs Jazz

5 min leestijd

81 jaar oud is hij inmiddels. Decennialang timmert hij al aan de weg – en ook, op ritmische wijze, op alles wat los en vast zit. Jazzdrummer en beeldend kunstenaar Han Bennink is een fenomeen. De erkenning voor zijn werk kwam er dit jaar, in de vorm van een Edison Oeuvreprijs Jazz. “Ik zie mezelf als een hele grote amateur die maar een beetje wat aanklooit.”

Door: Olivier de Neve
Foto's: Jelmer de Haas, Ziga Koritnik
Geplaatst: 22 november 2023

Han Bennink interviewen is alsof je ‘m hoort drummen. Elke keer als je denkt een lijn in het gesprek te hebben gevonden, neemt het weer een andere wending. Het ene moment antwoordt hij kort en puntig, het volgende moment weidt hij uit over treinreizen, vertelt een mopje over kikkers, of praat over trekvogels en het magnetisch veld van de aarde. Net als bij zijn optredens moet je je er even aan overgeven, maar aan het einde voel je je een rijk mens.

Zeg je Bennink, dan zeg je ‘improvisatie’. Hij speelde met grootheden als Nina Simone en Percy Sledge, maar kwam pas echt los toen hij in 1967 samen met pianist Misha Mengelberg en saxofonist Willem Breuker de Instant Composers Pool (ICP) oprichtte. De free jazz die ze speelden, was in die tijd grensverleggend. “We deelden fluitjes uit, er werden voetzoekers afgestoken en er kwam een blote dame uit de vleugel gekropen. Dat zou nu niet meer kunnen hè? Tegenwoordig is het allemaal erg TikTok geworden. Het is veel van hetzelfde.”

“Er is veel te weinig wildgroei in de kunst”

Met links afvegen

Als zoon van een klassiek slagwerker lag die gewaagde muzikale afslag voor Bennink niet voor de hand. “Mijn vader had er een beetje de pest in dat ik geen noten kon lezen. Dat kan ik trouwens nog steeds niet. Dat interesseert me ook geen ene bal, zeker als drummer niet. Ik speelde ooit eens met een Franse chansonnier, die me ‘tu lis?’ [lees jij?] vroeg.” Lachend: “Ik zei van wel, maar elke keer als hij een pagina bladmuziek omsloeg, sloeg ik ‘m ook gewoon om.”

“Ik speel mijn partijtje elke keer weer anders”, legt hij uit. “Ik zie mezelf als een hele grote amateur die maar een beetje op z'n Karel Appels wat aanklooit. Ik stel bepaalde wetten aan mezelf die af en toe niks met drummen te maken hebben. Er was bijvoorbeeld een tijd dat ik m’n linkerhand slecht vond. Toen ben ik alles met links gaan doen: schrijven, m’n kont afvegen, noem het maar op.”

Zijn liefde voor ontregeling hangt samen met zijn afkeer van het ordelijke. Tegenwoordig woont hij met zijn vriendin in het Drentse Hoogersmilde: “Ik zit nu in een prachtige tuin, maar daar doen we niets aan. Er is veel te weinig wildgroei in Nederland. Ook in de kunst. Ik ben zelf ook ooit begonnen als een na-aper, maar ik houd van persoonlijkheden, niet van kopieën. Dat er dan tv-programma’s als The Voice of Holland of Project Rembrandt zijn, dat is toch om te kotsen? Waarom moet er in godsnaam een tweede Rembrandt of Vermeer komen in een competitie?”

De Spotify-playlist This Is Han Bennink

Klinkend resultaat

In zijn decennia omvattende carrière heeft hij vele duizenden optredens gegeven. Soms minimalistisch met alleen één snaredrum, vaker nog drummend op een keur aan objecten: pizzadozen, kazen, het schild van een schildpad. Maar wat vindt hij zelf het meest memorabele optreden? “Dat was een optreden een paar weken geleden in Amsterdam, met het ICP Orkest. Het gaat er niet om wáár je speelt, maar om zoals Misha [Mengelberg] het noemde, het klinkend resultaat. Hóe je hebt gespeeld. Je kunt geweldig spelen in hele benarde situaties en je kunt ook in een god van een akoestiek waardeloos spelen. We speelden bij dit optreden ‘primo musica’ en daar reageert het publiek dan ook op. Ze waren enthousiast aan het stampen! Het is ontzettend leuk dat je meest recente optreden het mooiste of dierbaarste is. Een schilder hoopt ook altijd dat het laatste doek dat hij van de ezel haalt zijn meesterwerk is.”

En nu is er dus ook nog die Edison Oeuvreprijs Jazz. “Tja, dat was wel even wennen, want je wordt met je neus op de feiten gedrukt. Je begint toch een beetje een ouwe lul te worden hè? Ik vond al die prijzen vroeger flauwekul, het hangt toch van de jury af. Maar een oeuvreprijs? Ik vergelijk mezelf dan even met mijn favoriete wielrenner, Mathieu van der Poel. Die wielrenners zeggen dan: het is goed voor je palmares [erelijst]. Nou, zo zie ik het ook wel.”

Hij belooft de prijs dit keer, in tegenstelling tot de vorige prijzen die hij won, netjes bij zich te houden. “Ik heb weleens een prijs aan een touwtje aan mijn woonboot in de Vecht gehangen, een andere heb ik onder de ligusterhaag begraven. Maar deze staat keurig in de boekenkast hoor.”

Foto: Ziga Koritnik

Deel dit artikel


Meer interessante artikelen