Grensganger
4 min leestijd
Jazz, pop, klassiek of folk: Julian Schneemann haalt zijn inspiratie uit alle windstreken. En kan er nog van leven ook.
De ouders van pianist en componist Julian Schneemann (31) werken allebei in de klassieke muziek. Vader Bart bijvoorbeeld is al jaren de artistiek leider van het Nederlands Blazers Ensemble, dat graag flirt met niet-klassieke stijlen. Zo gek is het dus niet dat Julian Schneemann van huis uit een brede muzikale smaak meekreeg. Toch ontdekte hij in zijn puberteit nét dat ene genre waar zijn ouders niets mee hadden: de jazz. “Ik geloof niet dat het een manier was om me tegen hen af te zetten. Maar het spontane, het plezier, het ritmische, ik vond jazz gewoon ontzettend gaaf.”
In 2015 studeerde hij als jazzpianist af aan het Conservatorium van Amsterdam. Summa cum laude, met de hoogste lof. In hetzelfde jaar verscheen zijn debuutalbum Roundabout, waarop jazz versmolt met klassiek en pop. Sindsdien is Schneemann dat pad blijven volgen, soms op eigen houtje, maar vaak met geestverwanten in groepen als Caravan en Ikarai. “Samen met hen wil ik op een toegankelijke manier de schoonheid van verschillende muzikale culturen belichten.”
Inmiddels heeft Schneemann er een fascinatie bij: de volksmuziek. Hij ging op onderzoek in Ierland en op Kreta. Op het ene eiland zong hij mee in pubs, op het andere dompelde hij zich onder in een mediterraan trouwfeest. Het mondde uit in een concerttournee en het album Island Songs. “Het boeit me hoe volksmuziek leeft op een manier die is weggesijpeld uit klassiek en jazz. Dat zijn toch meer geïnstitutionaliseerde stijlen. In de volksmuziek zijn melodieën en ritmes zowat een zelfstandige grootheid. Iedereen kent ze, maar speelt ze op zijn eigen manier. Dat houdt de muziek vitaal.”
Je zou denken: voor iemand met zo'n brede smaak is het lastig om aan optredens te komen. Een grensganger past nu eenmaal niet op de gespecialiseerde podia voor klassieke muziek, jazz, pop of folk. “Dat valt mee”, zegt Schneemann. “Gek genoeg is de jazzwereld het conservatiefst. Men vindt het prima als je moderne jazz komt spelen, maar verder niet te veel experiment graag. De klassieke sector is opener. Misschien heeft dat te maken met de ruimere subsidiëring, of met de nadrukkelijke wens om een jonger publiek te trekken.”
Al met al komt hij niets tekort. “Ik ben niet per se rijk, maar kan van mijn werk goed leven. Dat komt ook door de klussen die ik aanneem als arrangeur, bijvoorbeeld voor het Nederlands Blazers Ensemble en Amsterdam Sinfonietta. Als ik collega's een advies moest geven, zou ik zeggen: doe iets waar je goed in bent, energie van krijgt, mee opvalt. Met een lievelingsproject sleep je misschien niet de grootste omzet binnen, maar het zorgt er wel voor dat je zichtbaar bent. En dat levert altijd weer ander werk op.” Julian Schneemann zweert bij veelzijdigheid, maar niet alleen vanwege de spreiding van inkomsten. “Er zijn nog zoveel stijlen die ik wil ontdekken, zoals dance. Maar ja, de tijd. Dat blijft nog even toekomstmuziek.”