Ga naar de hoofdinhoud.
Sena Magazine
Reportage

De geschiedenis van de geluidstovenarij

6 min leestijd

Hoe gaan wij in Nederland om met ons muzikaal erfgoed? Sena Magazine gaat op zoek naar plekken waar de muziekhistorie wordt gekoesterd. In Nieuwleusen leidde medewerker Jelle Tadema ons rond door het Nationaal Grammofoonmuseum.

Door: Jimmy Tigges
Foto's: Jimmy Tigges
Geplaatst: 16 juli 2026

“Zonder grammofoon geen Beatles en geen Stones”, benadrukt Jelle Tadema (70) meteen maar het belang van het in 2024 geopende Nationaal Grammofoonmuseum. “Hier zie je dingen, die je nergens anders ziet”, bezweert de museummedewerker over de gigantische privécollectie van ondernemer Jelle Bos die er is ondergebracht. “Zijn eigen souterrain werd er te klein voor, je weet hoe verzamelaars zijn. Het gemeentehuis stond leeg en er is een stichting opgericht die een bruikleenovereenkomst afsloot. Zo zijn alle spullen hier terechtgekomen. Dit hele museum is ingericht door vrijwilligers. Ze zijn de motor waarop alles draait.”

Unieke verhalen

In het voormalige gemeentehuis van Nieuwleusen kun je de geschiedenis volgen van de geluidsopname en -weergavetechniek, vanaf de eerste fonograaf (1877, Edison) en grammofoon (1887, Berliner) tot aan het digitale tijdperk rond 1980.
Elk object heeft zijn eigen verhaal. “Unieke verhalen die je nergens meer hoort. Wat is er gebeurd, waar komt het vandaan? Wat is bijzonder aan dat apparaat? Wat kan je ervan leren voor de toekomst? Jelle Bos is nu 86. We nemen zijn verhalen op, zodat die kennis niet verloren gaat als hij er straks niet meer is.”

De – bij de entree inbegrepen – rondleiding begint boven, bij een unieke collectie fonografen, voorlopers van de grammofoon. “Echt topstukken, sommige zijn extreem zeldzaam. Als geluidsdrager gebruikte Edison aanvankelijk tinfolie, met een naaldje werd er een soort groef in gemaakt. Kwetsbaar materiaal, daarom ging men over op wasrollen. In die tijd was het een soort tovenarij. Mensen geloofden niet dat je geluiden kon opnemen en terughoren door dezelfde hoorn.”
Operazangers als Caruso ontdekten als eersten de mogelijkheden van dit nieuwe medium, maar de techniek werd ook toegepast voor dicteermachines en sprekende poppen. Hypermodern was een apparaat voor een taalcursus op plaat, waarvan de opgenomen teksten meegelezen konden worden op een soort rolkrant.

Bordeel

De wonderlijkste grammofoonmodellen staan er uitgestald, tot in de vorm van een biervat of van een huis-op-schaal van houtsnijwerk aan toe. Naast dit fraaie stukje Zwitserse huisvlijt staat een art deco-ontwerp, met een danseres op een ronddraaiend plateau voor een driedelige spiegel. Ook bijzonder: een pick-up verwerkt in een staande schemerlamp, afkomstig uit een bordeel in Amerika. “Fantástisch om te zien”, zegt Tadema, “waar vind je dit nog?”

Een absoluut pronkstuk is een twee meter hoge, sierlijke jukebox uit 1905, afkomstig uit de stationsrestauratie van Chicago. “Daar zijn er nog drie van op de wereld. Hij is in delen hierheen verscheept.” Maandenlang waren technici bezig om het gevaarte – zonder gebruiksaanwijzing – in elkaar te zetten. “Een ingewikkeld apparaat. Hij werkt met muntjes, maar moet eerst opgedraaid worden met een veermotor. De wasrollen zie je vanaf de zijkant zitten, jammer dat alleen nummer 13 het nog doet.”

We zien koffergrammofoons van ruim honderd jaar geleden. Handzame apparaten met bergruimte voor 78-toerenplaten, om mee te nemen naar het strand. Niet te missen is een loei van een schellakplaat op een pathefoon van de firma Pathé. Ze werden afgespeeld van binnen naar buiten, met een saffiertje in plaats van een naald. Elders staat een van de eerste platenwisselaars, uit 1927. “Als een plaat gedraaid was, viel deze in een gestoffeerde bak, zo vielen ze niet zo snel kapot.”

Pannenkoek

Beneden lopen we langs vitrines met blikken speelgoedgrammofoontjes en apparaten voor het draaien van 3-inchplaatjes. Er staat zelfs een reclamegrammofoontje met een afspeelbaar plaatje van chocola tussen, uit 1902.

Een mooi tijdsbeeld geeft een grote verzameling Philips-apparaten uit de jaren ‘70, met modellen als ‘de ufo’ en ‘de pannenkoek’. Designapparatuur, vaak in de kleuren bruin en oranje. Zoals de platenslikker, waar je een vinylsingle in schoof die onzichtbaar werd afgespeeld. Of een tefifon, een kruising tussen een bandopnemer en platenspeler, uit 1947. “Geen succes geworden”, weet Tadema.

In de gang bewonderen we tientallen fraai bedrukte naaldendoosjes en een rijtje 78-toerenplaten met een afbeelding op het etiket, picture discs avant-la-lettre.
Trots is het museum op de vondst van een unieke wasrol-opname van het Wilhelmus uit 1905, waarmee het in april het landelijke nieuws haalde. Opgedoken uit de enorme hoeveelheid spullen die nog uitgezocht moeten worden. “Benieuwd wat daar verder nog tussen zit.”

Foto: Marcel van Saltbommel

Activiteiten

De instelling wil wel meer zijn dan louter een showroom van allerhande objecten. “We willen interactief zijn. Mensen apparaten laten bedienen, jeugd binnenhalen om ze te laten sleutelen aan apparaten. Verder barst het hier van de activiteiten. We leiden groepen rond en organiseren evenementen in de raadszaal, waarbij zowel klassieke als popmuziek aan bod komt. Mensen drinken koffie of een biertje en hebben een gezellige middag.”

De vrijwilligers brengen ook bezoeken aan verzorgingshuizen, onder meer aan dementerenden. “Dan nemen we zo’n mooie fonograaf mee, met zo’n prachtige open hoorn. Als we dan laten zien hoe dat werkte, beginnen ze met de plaat mee te zingen. Dan zie je een glimlach ontstaan op de gezichten. Daar krijgen wij ook energie van.”

“Driekwart van de bezoekers komt eigenlijk voor de gezelligheid”

Platenbar

Het museum fungeert ook als ontmoetingsplaats, met als blikvanger de authentieke jaren ‘60-platenbar in het platencafé, waaraan je met twee telefoonhoorns naar singletjes in stereo kunt luisteren. “Herkenbaar voor veel bezoekers, ideaal voor een foto of selfie. Hij komt uit een opgeheven platenwinkel. Driekwart van de bezoekers komt eigenlijk voor de gezelligheid, de rest bestaat uit techneuten die willen kijken wat hier allemaal staat en hoe dat werkt. Of je nou een rondleiding wil doen of alleen in het café blijven, het is allemaal goed. Er komen hier groepen die zingend de bus weer ingaan. Ze hebben wat geleerd en een leuke middag gehad. Dan zijn wij tevreden.”

Kijk voor meer informatie op de website van het Grammofoonmuseum

Deel dit artikel


Meer interessante artikelen