‘Post-COVID-drang’ als vruchtbare voedingsbodem
5 min leestijd
Professionele muzikanten kunnen voor hun albumproductie financiële steun aanvragen bij het Sena Muziekproductiefonds. Wie zijn die artiesten en wat hebben ze eraan? We vragen het Ivo Schot van Subterranean Street Society.
De zucht naar het podium was groot bij de mannen van Subterranean Street Society, na de wat ongelukkig – tijdens onvoorziene lockdowns – gelanceerde vorige twee platen.
“Beetje pech gehad”, beaamt bassist, gitarist en producer Ivo Schot. “In ons genre moet je het als band vooral hebben van live spelen, dat ging toen niet. Na die laatste lockdown wilden we snel met een nieuw album komen, zodat we op tournee konden.”
De ‘post-COVID-drang’ van het trio, naast Schot bestaand uit Louis Puggaard-Müller (zang, gitaar) en Joost Koevoets (drums, synthesizers), bleek een vruchtbare voedingsbodem voor de in maart gelanceerde plaat Bleep. Binnen een jaar waren de twaalf liedjes geschreven, opgenomen, gemixt en gemasterd.
Schot: “Zo’n album is ons visitekaartje: ‘kom naar onze show kijken’. Vandaar dat we dat in zo’n tempo hebben gedaan. Een album schrijven waarop je een goed beeld krijgt van wat je live van ons kunt verwachten. Geen overgeproduceerde plaat, maar een eerlijke vertaling van onze sound.”
Bij dat live-idee paste het opnemen op een Tascam 388, een 8-track-bandrecorder met mixer en faders uit de jaren ‘80.
“Onder meer de eerste albums van The Black Keys zijn op zo’n apparaat opgenomen, sindsdien is hij vrij populair. Het is een machine met een specifiek eigen karakter. Ik had een vriend die er een had en met wie ik daarmee had gewerkt. Ik vond het heel vet en ook goed bij ons passen.”
Ruim een jaar was Schot op jacht naar een exemplaar. “Net als op een bepaald soort gitaar kun je verliefd worden op zo’n apparaat. Hij heeft maar acht kanalen, dus het dwingt een soort workflow af. Het klonk ook goed voor het genre dat we maken, de muziek krijgt er automatisch een vintage karakter van.”
Als producer verkoos Schot het probleemgevoelige apparaat bewust boven perfect werkende moderne opnamesoftware.
“Ze kunnen zeker haperen, ik moest er van alles aan laten doen. Maar elk stuk gereedschap levert fundamenteel een ander resultaat op. Met moderne software heb je een heel ander creatief proces, is mijn ervaring. Het grote verschil is dat je gedwongen bent je ideeën live te kunnen uitvoeren. Dat vereist een ander schrijfproces. In elke fase maak je andere keuzes, want je weet: straks moeten we het op dat apparaat live doen. Je krijgt een ander soort ideeën en dat heeft onvermijdelijk invloed op het resultaat.”
Bleep verschilt aanzienlijk met de vorige twee albums. “Twelve Steps lijkt nog het meest op Bleep, omdat het ook grunge-rock en uptempo was. Maar eigenlijk is dat een conceptalbum met muzikale intermezzo’s. Op de opvolger Saudade, ook een conceptalbum, putten we meer uit onze folk- en singer-songwriter-kant. In de kern maken wij ‘folk-grunge-indie’, ik denk dat dat label het beste past op ons laatste album, daar balt dat allemaal samen.”
Bij de vorige albums leverde Puggaard-Müller vrijwel kant-en-klare liedjes af. Voor Bleep wilde het drietal uitproberen wat het zou opleveren als ze samen zouden schrijven. “We zijn de oefenruimte ingegaan en zijn gaan jammen. Louis is daarna thuis op de meest belovende jams teksten gaan schrijven. In een soort co-creatieproces ontwikkelde zich zo een aantal volledige liedjes.”
Inhoudelijk leidde dit tot een maatschappijkritische plaat. “Kort gezegd gaan de teksten over de verharding en polarisatie in de maatschappij en de vragen die daarbij gesteld moeten worden. Mensen gaan elkaar steeds sneller cancelen en praten niet meer met elkaar, terwijl juist dialoog zo belangrijk is. Dat leidt uiteindelijk tot meer spanning en een minder fijne maatschappij.”
Mede dankzij het Sena Muziekproductiefonds kon de band haar drang in daden omzetten. “Een enorme steun, want het kost minstens tienduizend euro om een album te maken en uit te brengen en dan heb je zelf nog geen euro verdiend.
In de lente hebben we zes zalen gedaan, waaronder Paradiso. Een uitverkochte kleine zaal, dat moet je vooraf ook maar afwachten. De Zwarte Cross was een van de vele festivals waar we stonden. En we hebben net een tweede clubtour achter de rug, onder meer langs Tivoli. Bij elkaar elf zalen, tientallen festivals en dat allemaal in de slipstream van Bleep.
We zijn ook nog naar Indonesië en Engeland geweest. Dus wat we voor ogen hadden met dat album, is gelukt. Zonder die subsidie had dat niet gekund.”
Meer informatie: https://subterraneanstreetsociety.com