Muziek leverde wel succes maar nooit genoeg geld op
8 min leestijd
Hans Bos (61) is componist, liedjesbouwer en creative director. Hij zat in redelijke bekende bands en maakte vele nummers, maar kon er nooit helemaal van leven. Sinds hij de 50 is gepasseerd, is zijn rentree in de muziek slechts een kwestie van tijd.
Wat doe je zoal?
“Ik maak artwork voor cd- en platenhoezen, onder andere voor Theo Sieben, Diederik Nomden en Robin Berlijn. Ik doe ook vormgeving voor verschillende wetenschappelijke en culturele projecten, om de schoorsteen te laten roken.”
Is dat ideaal?
“Muziek was tot mijn dertigste mijn fulltime bezigheid en op best hoog niveau ook; ik had Dave Stewart als vriend en producent voor mijn band Soft Parade. Maar daarvoor ging het ook al goed. Ik zat vanaf mijn veertiende in bandjes als The Rhinocaps en leefde daar (deels) van. Ik schreef liedjes en ik zong. En nog steeds geldt dat je mij heel gelukkig maakt met een familiehuisje in Drenthe, waar ik me met mijn instrumenten en Protools soms terug kan trekken. Dan word ik een éénmansband, druk in de weer met een Mac, een synthesizer, een gitaar, een bas, een oud drumstel, allerlei rare xylofoons, een blokfluit en een ukelele. Dan heb ik het heel gezellig met mezelf en mijn instrumenten.”
Wat gebeurde er na je dertigste?
“Ik kreeg een depressie, ik maakte een life switch, want die muziek leverde wel succes maar nooit genoeg geld op. Creative direction kwam op mijn pad en daar bleek ik goed in te zijn. Het was een pijnlijk moment toen ik niet meer kon zeggen dat ik muzikant was, maar dat ik ging zeggen dat ‘muziek mijn passie’ is. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon; met een aantal andere kunstenaars ben ik ooit Carcassettes begonnen. Dat was van 1996 tot 2011, vijftien jaar zijn we ermee bezig geweest.”
Carcassettes?
“Een onafhankelijk cassettelabel opgericht in 1996 samen met Tineke Vroegop, Dick Brouwers, Wim Elzinga en Henk Jonkers. We brachten muziek uit in tien boxen van vier cassettes. En daarop stonden dus 421 thuisopnames van vrienden, van verschillende muzikanten zoals Lazy Sunday Dream, Claw Boys Claw, Fatal Flowers, Johan, Daryll-Ann, en mijn Soft Parade, om er maar een paar te noemen. En nu is dat weer helemaal actueel.”
Het Allard Pierson Museum heeft jullie project geadopteerd als cultureel erfgoed…
“Ja! Vorig jaar zijn alle 421 opnames opgenomen in hun erfgoedcollectie. En de cassettes worden dus ook opnieuw uitgegeven. Elke maand komt er een box op alle streamingsdiensten door Excelsior Records. De muziek is remastered door Casper van der Lans. En er komt ook nog een nieuwe generatie muzikanten die de Carcassettes nieuw leven gaat inblazen.”
En jij maakt ondertussen weer fulltime muziek?
“Nou… nee. Maar ik begon een paar jaar geleden, vlak voor corona, wel met een gloednieuw project: MonThruSun. We konden nog nét, toen het nog mocht, in een uitverkochte Vondelkerk optreden en onze plaat presenteren. Alle nummers hebben videoclips gemaakt door bevriende filmmakers. Sindsdien durf ik mezelf wel weer muzikant te noemen.”
Bovendien weet je nu precies wat je wil.
“Klopt. Toen ik jonger was, weet ik nog dat ik dacht: was ik maar Leonard Cohen, dan had ik de levenservaring. Toen ik vijftig werd, dacht ik: nú heb ik levenservaring, daar moet ik iets mee gaan doen. Ik dacht ook: nu ben ik toch dik en oud, dus ik kan doen wat ik wil! Sindsdien voel ik me totaal vrij.”
Dus nu doe je wat je wil?
“Ik ben zelfs ingeschreven bij Sena en krijg af en toe geld van ze, net als van Buma. Maar los daarvan: ik bied mijn nummers op de streamingsdiensten aan. Ik ga ervoor, ik deel mezelf. Dat doe ik via CD Baby. Zij faciliteren mijn muziek, ik betaal ze een bepaald percentage van de opbrengsten en klaar ben je. Ik vind het fijn dat ik zelf mijn grenzen daarin kan bepalen. Voor vijftig euro staat mijn album online. Het is als verdienmodel misschien ingewikkeld, maar tegelijk is het ook gewoon lef; jezelf laten zien. Er zit een combinatie van een zekere simpelheid en gewoon durven in, die ik fijn vind.”
Simpel durven zijn en ook vooral ‘durven’?
“Die combinatie is denk ik mijn geheim. Ik hou van maken. Ik leg in het begin de lat niet zo heel hoog, want dan komt er ruimte voor invallen. Soms zit je te klooien en dan opeens heb je iets, en dáárop kun je gaan doorwerken. Ik durf aan iets nieuws te beginnen, even weg te lopen en dan na een uurtje goed luisteren of ik er iets in zit, in wat ik heb gemaakt. En dan weer door, dat is wat mij betreft het mooiste proces dat er is. Ik heb die durf ook met zingen. Ik kan niet supergoed zingen, maar wel goed genoeg. Ik kan op een schaal van tien zeg maar een acht halen. En wat mensen er ook van zeggen, ik koester wat ik kan, ik koester die acht.”
Hoogste jaaromzet: €15.000,- bruto
Laagste jaaromzet: €2.000,- bruto
Kosten voor je beroepspraktijk: €700,- per jaar. Ik koop veel software plug-ins, Protools is duur, en ik probeer up-to-date te zijn. Ik heb een goeie microfoon, een Røde NTK, en kocht een nieuwe Mac; dat is wel een paar duizend euro. En ik heb snaren nodig voor diverse instrumenten. Maar verder ben ik trouw aan mijn spullen, dus mijn instrumenten blijven min of meer hetzelfde
Grootste uitspatting dit jaar: een iMac van €1.200,-. Refurbished, dat wel, maar toch