Focussen om te kunnen vlammen
9 min leestijd
Anna de Vey Mestdagh (59) is tweede violiste bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hoe houdt zij zich financieel staande? “Je geeft alles, altijd.”
Wat voor een projecten doe je zoal?
Er zijn kleinere gezelschappen waar ik in speel, zoals het Ebony Kwartet en ad hoc-ensembles uit het orkest. Soms geef ik ook les. Maar het grootste deel van mijn tijd speel ik bij het Concertgebouworkest. Van maandag tot en met zondag ik ermee bezig, niet de hele dag, meestal één of twee dagdelen. Soms repeteren we ’s ochtends, soms spelen we ’s avonds een concert, soms allebei.
Is dat ideaal?
Het voelt als veel én als geweldig om het ‘orkestleven’ te leven. Veel werk en verplichtingen, maar ook veel inspiratie en sociale verbinding. De kans om met grote dirigenten en solisten te werken, veel op tournee te gaan, met collega’s kamermuziek te spelen, vriendschappen te sluiten. Er is met de jaren steeds betere begeleiding van de musici gekomen; hoe om te gaan met stress en werkdruk, meer aandacht voor ouderschaps- en seniorenverlof. Maar het blijft pittig. Soms speel je zondagavond de Zevende Symfonie van Sjostakovitsj en begin je maandagochtend met de repetitie van een Mahlers Eerste. Die muziek moet je dan al hebben voorbereid, dus daar ben je die week van Sjostakovitsj ook al mee bezig.
Als geld niet uitmaakte, wat zou je dan het liefste doen?
Ik doe al wat ik het liefste doe. Het meest hou ik van Beethoven en Brahms, omdat in die muziek de melodieën zo mooi worden doorgegeven. Het is horizontale in plaats van verticale muziek, snap je? Met meerdere lijnen naast elkaar, die soms eerst door de violen worden gespeeld en dan als het ware worden doorgegeven aan de bassen, of de blazers. Daardoor wordt het spelen in het orkest ook nooit saai. De muziek varieert met de personen die hem spelen; het hangt van de dirigent af, van het ‘gesprek’ dat je samen voert. Muziek maken gaat over maken, maar nog veel meer over luisteren. Wie heeft de melodie, wie maakt een kleine versnelling, met wie stem je je intonatie af?
Daar wil ik dus niet mee stoppen, met dat luisteren. Maar misschien hoef ik ook niet perse tot mijn zevenenzestig-en-een-halfste door te gaan met zoveel werken. Sinds kort voel ik de jaren tellen - en ik wil nog zoveel andere dingen doen.
Doe je ook klussen buiten de muziek?
Ik ben dol op knutselen. Mozaïeken maken, tekenen, handwerken. Iets met een fysiek resultaat, in tegenstelling tot de muziekpraktijk. Daarnaast schrijf ik artikelen voor het ‘thuisblad’ van het Concertgebouworkest en columns voor het tijdschrift Preludium waarin ik een kijkje achter de schermen van het orkest geef. Die columns wil ik uitgeven in een boekje, voorzien van strips van Theo van den Boogaard. Om geld in te zamelen voor dit project heb ik een crowdfunding-actie bij Voordekunst opgezet. Een van de mogelijke tegenprestaties is een strijkkwartet in je eigen huiskamer.
Investeer je in je carrière? Hoe dan?
Veel van mijn investeringen hebben met planning te maken, en dat leer je onderweg. Je moet ontdekken hoe je het beste je focus behoudt om op het moment suprême te kunnen vlammen. Dan ga je bijvoorbeeld niet naar dat feestje als je de dag erna een concert hebt. Je zorgt ook dat je altijd voorbereid bent; je kent de muziek die je gaat spelen. Je hebt minstens drie potloden mét gum bij je. Een potlood te leen vragen, dat doe je niet. Je muziek, accessoires, kleren zijn in orde. En ook belangrijk: je geeft alles, altijd. Dat eist soms wel een tol van je gezinsleven en je vrienden, die begrijpen niet altijd waarom dat allemaal zo belangrijk is.
Hoe denk je over naburig recht? Heb je er ook wat aan?
We krijgen geld van Sena en van Norma; dat is fijn, het voelt als een waardering voor waar we mee bezig zijn. Daar worden we via het orkest van op de hoogte gehouden.
Waar loop je tegenaan?
Dit werk heeft grote voordelen en grote nadelen. Groot voordeel is onder andere het netwerk en de bekendheid van het orkest die je cadeau krijgt. Wil je kamermuziek spelen? Je collega’s doen over het algemeen graag mee. Vertel je dat je bij het orkest werkt? Veel deuren gaan open. Nadeel is dat je mee moet in de mallemolen en altijd op scherp moet staan en bijvoorbeeld nooit tot de laatste dag op vakantie kunt zijn, omdat je je altijd fysiek, praktisch (haren op je stok, goeie snaren, dat soort zaken) en mentaal moet gaan voorbereiden op wat er komen gaat.
Wat is je geheim?
Van jongs af aan heeft muziek me troost geboden. Als ik gek werd van mijn broers ging ik naar mijn kamer om viool te spelen. Luisteren naar wat je voelt. Die troost biedt de muziek me nog steeds. Dat is wat mij met de leden van het orkest verbindt; we werken allemaal met hart en ziel en als het lukt, als die ‘flow’ ontstaat en onze muziek als vanzelf klinkt (wat mij betreft ongeveer drie keer per jaar), dan zijn we zielsgelukkig.
Hoogste jaaromzet: €90.000,- bruto. Maar dat is wel een tijd terug, toen ik nog veel meer projecten om het orkest heen deed
Laagste jaaromzet: €65.000,- bruto
Kosten voor je beroepspraktijk: Veel wordt betaald door het orkest. Mijn viool is in bruikleen via een fonds, maar accessoires, zoals sourdines, een schoudersteun en dat soort zaken, betaal ik zelf. Dan is er nog de kleding; feestelijk lang zwart en feestelijk korter zwart. Vrouwen mogen kiezen wat ze kopen, een broek mag ook, mannen krijgen een rokkostuum aangemeten. Een jurk kost algauw 400 euro, een broek 150, jasjes zijn ook niet goedkoop. Om de vijf jaar krijgen we hier een vergoeding voor. Inmiddels, na al die jaren, heb ik zeker een meter zwart hangen. Belangrijk zijn ook de perfecte schoenen; ik heb twee paar, een soort dansschoenen zijn het, met hakje, zowel elegant als lekker aan je voeten. Zeker op tournee moet je soms opeens nog een heel stuk lopen en je wilt ook niet van een trap vallen op je stilettohakken. Zulke dingen leer je al doende. Geen pijnlijke tenen, geen knellend jasje, zeker niet bij moeilijke stukken. Hoe moeilijker het stuk, hoe comfortabeler je het jezelf moet maken
Biografie
Anna de Vey Mestdagh studeerde van 1983 tot 1990 aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam bij Bouw Lemkes en Ilya Grubert. Voordat ze in 1992 in dienst kwam bij het Koninklijk Concertgebouworkest werkte ze als remplaçant bij verschillende ensembles (de Amsterdamse Bachsolisten, Nieuw Sinfonietta Amsterdam) en was kort in dienst bij het Radio Filharmonisch Orkest.